Copywriter op geheime missie

Nu de eerste Golfoorlog alweer ruim 25 jaar geleden plaats vond, acht ik mij niet meer gehouden aan mijn geheimhoudingsplicht. In die dagen was ik namelijk copywriter met een geheime missie, mijn opdrachtgever: het Ministerie van Economische Zaken.

Saddam Hoessein was Koeweit binnengevallen, Amerikaanse troepen trokken zich samen voor een invasie en CNN bracht alle spanningen live de huiskamer in. Op zulke momenten denkt er in Den Haag gelukkig altijd iemand aan de economische consequenties: de olieleveranties kwamen in gevaar met hoge olieprijzen en economische teloorgang als gevolg!

Oliecrisis

De Haagse bestuurders liep de vorige oliecrisis nog dun door de broek, dus moest er snel gehandeld worden. Enerzijds werden overal ter wereld partijen olie opgekocht om de strategische voorraden in de Rijnmond te versterken. Anderzijds was het zaak om de burgers de ernst van de situatie in te laten zien en te manen tot zuinig energieverbruik: hiervoor moest een voorlichtingscampagne worden gemaakt.

oliecrisis copywriterAls copywriter-in-de-leer bij Frans Lavell mocht ik meedenken en meeschrijven. Al snel bedachten we dat crisiscommunicatie er ook als crisiscommunicatie mocht, nee móest uitzien. Benzinebonnen uit 1973 en verlaten tankstations als dreigende toekomstbeelden, koppen in dikke crisisletters, advertenties die onder grote tijdsdruk in elkaar waren geflanst, dat idee. Het tekstuele priegelwerk (de zogenaamde long copy) was als junior mijn pakkie-an.

Geheimhouding

We mochten niemand iets over deze opdracht vertellen. We moesten tekenen voor geheimhouding. Om vakgenoten niet wijzer te maken werden besprekingen louter buiten kantoortijden gehouden. Er werd een bellijst opgesteld voor als er snelle actie nodig was. Nu liggen onze nummers bij minister Andriessen op het nachtkastje, zei Frans Lavell.

Voor de inhoudelijke afstemming van mijn teksten had ik contact met de account manager van reclamebureau Prins, Meyer, Stamenkovic, Van Walbeek/Young and Rubicam (arme telefoniste). Daarvoor moest ik me op onchristelijk vroege tijden vervoegen in de statige Frans van Mierisstraat. Dan voelde me ik als een agent op een geheime missie. Mijn koffertje met tekstvoorstellen stevig tegen me aangedrukt, in het vroege ochtendlicht stappend door de straten van slapend Amsterdam-Zuid.

Na wat tekstwijzigingen was de campagne klaar voor de presentatie die middag bij Economische Zaken. Mijn werk zat er op. Buiten was de stad inmiddels ontwaakt, de trams reden en ook op het kantoor van Lavell was de dag begonnen. Ik stapte de tram in en zocht mijn plek. Ik voelde mij meer dan bijzonder, uitverkoren haast. Ik wist dat ik er toe deed.

Redder des vaderlands

Zien jullie het dan niet aan me? Jullie mensen in de tram, op jullie daagse gang naar werk, school, elders. Zien jullie niet dat hier iemand zit met een geheime missie. Dagen en nachten heeft ie zitten zwoegen, écht zitten zwoegen, om de natie – jullie dus – voor chaos en armoe te behoeden? Iemand moet dat toch zien?!?!

In de tram slaperige studenten, forenzen, scholieren, moeders. Tegenover me zit een allochtone mevrouw met een kind dat niet helemaal goed is. Bij de Wiegbrug stap ik de tram uit. Twee grote ogen in een waterig pannekoekengezicht staren me na. En dan weet ik, net als Reve: Het is gezien, het is niet onopgemerkt gebleven.

Naschrift

Toen puntje bij paaltje kwam en de Amerikanen Irak binnenvielen, daalde de olieprijs alleen maar. Er was olie genoeg in de wereld, dus bleef onze geheime campagne ‘op de plank’. Maar spannend was het wel.

Jaap de Geus: de eerste centen na de oorlog


Verloren uurtje; Marktplaats doorgespit, Ebay afgegraven en op verzamelaarsplatform Catawiki terechtgekomen. Niet toevallig bij de boeken. Daar kwam ik iets tegen dat er zo vertrouwd uitzag dat het me decennia terug in de tijd wierp. Een boekje waar ik meer van weet dan welke verzamelaar ook.

jaap de geus

Jaap de Geus is “de Groene” te slim af. Een spannend oorlogsverhaal voor jongens van 8 tot 80. Auteur en uitgever onbekend.

Ik weet waarom. Die auteur was mijn vader,  Cor (Cees) Meijer, die naast journalist ook een geboren zakenman was. In het laatste najaar van de bezetting schreef hij dit verhaal en wist een clandestiene partij papier te regelen.

Papier was schaars, op de bon en je moest verdomd goede redenen hebben om wat papier los te krijgen. Het schrijven van een jongensboek waarin een kwajongen de Groene Polizei om de tuin leidde, was in september 1944 beslist geen reden om een partij papier bij de bezetter los te weken. In tegendeel, de kogel kon je krijgen. Vandaar dat ook de drukker en de illustrator hun naam niet vermeldden.

Een verzetsdaad? Nee, want in die barre tijden was er maar een ding wat mijn vader er mee wilde: wat centen verdienen.

jaap de geus illustratie

In zijn commerciële doelstelling slaagde mijn vader wonderwel. Het boekje was voor de winter klaar voor verspreiding en het chauvinistisch jongensverhaal ging er in als koek. Met het geld dat hij ermee verdiende kocht hij sigaretten. Daar draaide hij, van de laatste restjes papier, dunnere sigaretten van die hij verkocht of ruilde tegen eten.

Dat allemaal heeft mijn vader me ooit verteld toen ik klein was, diep terug in de jaren 70. Hij heeft me het boekje zelfs voorgelezen. Het enige wat ik nog weet was een illegale radio die verstopt zat onder het varkenshok. Verder heeft Jaap de Geus blijkbaar niet al te veel indruk op me gemaakt.

Wel indruk maakten mijn vaders verhalen over oorlog, honger, angst en onrecht. En een tentoonstelling  ter gelegenheid van de dertigste bevrijdingsdag (’75) waar hij mij mee naartoe nam. Met foto’s van slagvelden, opgeblazen gebouwen en de verbrandingsovens in de concentratiekampen. Nog heel lang heb ik een vage angst gehouden voor zwart-wit fotografie.

Naschrift:

het vliegtuig op de cover van het boekje is een Hawker Typhoon. Na de oorlog zou hij ruim 25 jaar hoofdredacteur zijn van De Typhoon, Dagblad voor de Zaanstreek.

 

Bartje en het moderne leven… de smartphone

smartphoneEen telefoon op zak en vrijwel altijd een pc of laptop in mijn onmiddellijke omgeving; lange tijd heb ik de noodzaak van een smartphone niet ingezien. Maar nu heb ik dan toch de stap genomen en heb mijn oude nokia 6300 aan de wilgen gehangen.

Smartphone

Met mijn nieuwe Samsung S5 ben ik nu meer dan bij, en tegelijk totaal onbereikbaar voor wie mij bellen wil of sms’en. Want de oude simkaart past niet in de nieuwe smartphone en nu heb ik ‘m verknipt.

tele2 assistentDat zal er wel bij horen, denk ik dan. Geen stappen vooruit zonder op je bakkes te gaan, is de universele wet. Net als het geklungel met 28k8 en ISDN-modems in de begindagen van internet. Gelukkig kunnen de robot op de website van Tele2 en een vriendelijke meneer van de klantenservice mij prima helpen. Micro-simkaartje is onderweg tegen een aflaat van 15 euro.

Straks zit ik dus net zo apathisch naar mijn schermpje te kijken als ieder ander en nemen whatsapp en facebook messenger de sociale functies van mijn mond, ogen en oren over. Zie ik alleen nog via het scherm wat er in de wereld gebeurt, zijn mijn foto’s scherper dan de werkelijkheid en kan ik voortaan boeken lezen zonder papier te ruiken…

Old-skool

Kortom, zit ik te wachten op de nieuwe wereld die zich met mijn nieuwe speeltje aandient? Volstrekt niet, maar beroepshalve kan ik me niet meer veroorloven géén smartphone te hebben.

motorola phoneNee dan Ginette, die toont op dit vlak meer ruggengraat. Die choqueert complete creatieve afdelingen en directies van hippe communicatiebureaus door doodleuk haar Motorola uit de vorige eeuw op de tafel te leggen. Ballpoint en kladblok erbij: dat is nog eens old-skool copywritersgedrag!

Ik beloof dat ik mijn Waterman vulpen weer in ere ga herstellen; als kleine maar noodzakelijke daad tegen de moderne tijd.

De poes van het Muiderslot

Vorige week drie keer in de wachtkamer bij de dierenarts gezeten. Met Ginette en haar zieke Troelie. Die was helemaal uit haar doen en had voelbaar hoge koorts. Altijd spannende bezoeken. Gelukkig loopt Troelie nu weer helemaal genezen en gezond door de Jordaan en zit ze als vanouds de toeristen op haar hofje te verleiden.

stadskatten
kat in de stad

Het is ook niet Troelie waar dit stukje over gaat. In de wachtkamer lag een fotoboek. Kat in de stad van fotograaf Jack Jacobs met teksten van Jan Soer. Een boekje van einde jaren 70 vol met zwart-wit foto’s van katten in het afbladderende Amsterdam van die tijd.

Lees “De poes van het Muiderslot” verder

Japie kijkt BBC’s Cat Watch

Japie is mijn cyperse kater. Een bijzonder beestje. Kijkt met net zo veel interesse naar Cat Watch op de BBC als ik. We hebben er een kort filmpje van gemaakt…

Hoop Japie zelf ooit eens zo’n gps en cameraatje aan te kunnen binden. Ben zo nieuwsgierig. Binnenkort meer over Japie en zijn avonturen?

Ondertussen vermaakt hij zich via de achtertuin met zijn buurmeisje, gescheiden door matglas,  een onmogelijke liefde…

https://www.facebook.com/video.php?v=797255033668603&set=vb.100001523424794

En over Troelie, de poes van Ginette, waar we zo nu en dan heel wat mee hebben te stellen. Maar zoals ik al zei, binnenkort meer.

troelie japie
Troelie

Om er op verzoek van mijn Joast SEO plug-in een externe link in te plaatsen, doe ik dat naar de mij immer sympathieke poezenboot in het Singel. Lieve poezen op voorraad. En als je niet perse een poes zoekt, kun je je altijd als donateur voor 15 euri per jaar aanmelden. Als er ergens elke cent goed terecht komt!